Website over de 23 grondrechten in de Grondwet

Nieuws

Uitgeklede coronawet in september in de Kamer

Na veel kritiek is het kabinet teruggekomen op zijn plan om voor de zomer een coronawet te realiseren. Inhoudelijk is het nieuwe voorstel inmiddels flink afgezwakt.

Eind mei adviseerde de Raad van State positief over het besluit van de regering om een tijdelijke wet te maken die op korte termijn de noodverordeningen met coronamaatregelen zou gaan vervangen. De raad kwam tot het advies om een wet met een steviger juridisch fundament te maken omdat de crisis langere tijd ging duren en dat beperkende maatregelen voorlopig nog nodig waren.

Toen de eerste berichten over de inhoud van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 naar buiten kwamen, was de belangrijkste kritiek dat de wet te veel macht bij de minister legde en dat de controlerende macht van het parlement behoorlijk onder druk dreigde te komen. Hoogleraar bestuursrecht Herman Bröring van de RUG zei in het Dagblad van het Noorden van 18 juni 2020:
Als er grondrechten worden ingeperkt, moet dat zorgvuldig gebeuren. Daar moet het parlement zijn zegje over kunnen doen. Het parlement dreigt straks door de wet buitenspel te worden gezet.

De Raad van State was opvallend fel in zijn kritiek op het wetsvoorstel. Hetzelfde gold voor instellingen als de Orde van Advocaten, de Raad voor de Rechtspraak, de Nationale Ombudsman, het College voor de Rechten van de Mens en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Behalve inhoudelijke kritiek had men ook problemen met de snelheid waarmee het kabinet de wet erdoor leek te willen krijgen. Aanvankelijk wilde het kabnet de wet al op 1 juli 2020 laten ingaan.
Daar moesten Rutte c.s. echter snel op terugkomen. In een brief aan de Tweede Kamer schreef minister De Jonge op 19 juni 2020 dat de voorgenomen datum waarop de wet zou moeten ingaan, niet gehaald kon worden.

Op 13 juli heeft het kabinet een nieuwe versie van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 naar de Kamer gestuurd waarin aan veel van de kritiek tegemoet gekomen werd. Het ontlokte aan D66-voorman Rob Jetten in Trouw de uitspraak dat 'alleen de naam van de wet hetzelfde is gebleven'.
De belangrijkste verschillen ten opzichte van het eerdere ontwerp waren:

  • Het oorspronkelijke idee dat het kabinet besluiten mag nemen die de vrijheid van burgers beperken zonder eerst het parlement te informeren, is verlaten. Het nieuwe wetsvoorstel zegt dat besluiten eerst aan de Tweede Kamer moeten worden voorgelegd.
  • De wet is 'uitgekleed' tot een raamwet. Zo is de corona-app uit het voorstel gehaald.
  • Centraal in de wet staat dat vastgelegd wordt dat iedereen een 'veilige afstand' van elkaarin acht moet nemen.
  • De bevoegdheid van de politie om 'achter de voordeur' bij mensen thuis te controleren is uit de wet verdwenen.
  • In het vorige voorstel konden naast de wet nog steeds noodverordeningen bestaan. Die mogelijkheid is geschrapt.
  • Aanvankelijk zou de nieuwe wet een jaar lang geldig zijn, dat is teruggebracht naar zes maanden met de mogelijkheid om die periode met nog eens een half jaar te verlengen.

De behandeling van de wet zal op zijn vroegst in september plaatsvinden. Het kabinet hoopt vooralsnog dat wet op 1 oktober van kracht kan worden.

Kamerbrief minister De Jonge over stand van zaken Tijdelijke wet maatregelen covid-19

Wetsvoorstel Tijdelijke wet maatregelen covid-19

 

EERDERE BERICHTGEVING OVER CORONA EN GRONDRECHTEN

Uitgelicht

Rechter als schuldige

In februari zette de rechter een streep door een inreisverbod voor drie conservatieve islamitische predikers dat de ministers Faber en Van Weel hadden uitgevaardigd. Minister Faber noemde de uitspraak van de rechter  'een zwarte dag’, Van Weel had het over 'een teleurstellende uitkomst'. De rechter werd in de socials zwaar onder vuur genomen.

Voorzitter Marc Flierstra van de Vereniging voor Rechtspraak hekelde in Trouw van 25 februari 2025 de reactie van beide ministers: ‘Door dit soort uitspraken denken mensen dat het door deze rechter komt dat de haatpredikers Nederland in mochten. De ministers zijn zo medeschuldig aan het creëren van een klimaat waarbij deze rechter als schuldige wordt gezien. Het probleem lag bij het besluit van de ministers. Die hebben hun huiswerk niet goed gedaan. Als je dat nalaat, moet je vervolgens niet verbaasd zijn als een rechter gewoon zijn werk doet en oordeelt: Zo kan het niet. (06.04.2025)

Bekijk oude afleveringen Uitgelicht

Nieuw verschenen

 Schimmelpeninck

Hans Verbeek

De vergeten minister-president

Hans Verbeek beschrijft het leven van Gerrit Schimmelpenninck (1794-1863), de eerste minister-president van Nederland. Deze was in 1848 de grote tegenstander van Thorbecke bij het tot stand komen van de nieuwe grondwet. Verbeek wil in zijn boek het beeld nuanceren van de progressieve liberaal Thorbecke tegenover een conservatieve graaf Schimmelpenninck die niets van grondwetswijzigingen wilde weten.
Aan de hand van een reconstructie van de gebeurtenissen in 1848 beschrijft Verbeek de opkomst en ondergang van deze markante man. Schimmelpenninck had een verleden als directeur van de Nederlandsche Handelmaatschappij en diplomaat in Londen en Sint-Petersburg. Ook speelde hij ook een belangrijke rol bij de troonsopvolging van Willem II. (20.04.2026)

ISBN 9789044660586, Prometheus Amsterdam, 2026

Lees meer over nieuwe boeken!

 

Knipoog

Het voorkomen van het kwaad

Bij de behandeling van de asielwetten in de Eerste Kamer in april 2026 kwam ook de functie van de Eerste Kamer weer eens uitgebreid aan de orde. Een discussie die al in 1848 ontstond toen de liberale coryfeeën Johan Rudolph Thorbecke en Dirk Donker Curtius het volkomen oneens bleken over de toekomst van de Eerste Kamer.

Bij zijn pogingen om de Nederlandse staatsinrichting te hervormen was Thorbecke in 1848 stellig van plan om de Eerste Kamer op te heffen. Hij noemde deze ‘zonder grond en doel’.
Dat dat niet lukte, moet op het conto van minister Donker Curtius worden geschreven. In zijn biografie De man van 1848 over Dirk Donker Curtius schrijft Mathijs van de Waardt over deze kwestie (pag. 246):

Donker zocht in de Eerste Kamer een instelling voor 'bedaarde overweging'. De Eerste Kamer was 'een waarborg tegen overijling, eene beperking van hartstogten in onrustige tijden, een bolwerk voor de troon' en daarnaast 'een krachtigen steun der wet'.
Dat de Kamer zelf niet veel bewerkstelligde, maar een waarborg was, was voor Donker evident. Hij benadrukte nog eens ‘dat in het algemeen het nut eener Eerste Kamer, hoe ook zamengesteld, meer gelegen is in het voorkomen van het kwaad dan in het stichten van het goede.
(20.04.2026)

Bekijk oude afleveringen Knipoog