Website over de 23 grondrechten in de Grondwet

Nieuws

Rutte-doctrine strijdig met Grondwet

Tijdens de verhoren in de Toeslagenaffaire dook de 'Rutte-doctrine' voor het eerst op. De vraag is: op welke informatie hebben de Tweede Kamer, de pers en de Nederlandse burgers recht?

Een veelbesproken onderwerp in de verhoren van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag was het verschil in beschikbare informatie tussen kabinet en parlement. Een deel van de informatie wordt bewust weggehouden voor de Tweede Kamer bleek tijdens de verhoren. Het kreeg de naam Rutte-doctrine.

Commissielid Attje Kuiken (PvdA) vroeg tijdens het verhoor van Rutte om deze wijze van optreden nader toe te lichten.
Rutte zei er toen het volgende over:
Ik ben van mening dat tussen ambtenaren onderling en tussen ambtenaren en bewindslieden, zolang er nog geen besluiten genomen zijn, stukken die daartussen rondgaan in de voorbereiding op besluiten -- dan heb ik het niet over verslagen van vergaderingen, maar dan heb ik het dus over besluitvorming die nog niet heeft plaatsgevonden -- dat dat vrij moet kunnen. Dat is mijn opvatting. Daar is een grote discussie over in het kader van de Wet open overheid en allerlei andere, maar mijn opvatting is dat - wil je in Nederland tot verstandige besluiten kunnen komen - het van groot belang is dat stukken moeten kunnen worden verspreid tussen ambtenaren onderling en ook tussen ambtenaren en bewindslieden, zonder dat er angst is dat die stukken allemaal naar buiten gaan, totdat het tot besluitvorming leidt of wanneer het zou gaan om bijvoorbeeld verslaglegging van gesprekken.

In een artikel in NRC Handelsblad van 22 december 2020 stelde hoogleraar staatsrecht Wim Voermans dat Rutte door veel van de voorbereiding rond besluitvorming aan het zicht te onttrekken de democratie beschadigt:
De misplaatste opvatting dat openbaarheid van ambtelijke stukken tot het uiterste moet worden beperkt, is de laatste jaren leidend geworden bij het informeren van de Kamers. Door deze ‘Rutte-doctrine’ wordt het voor volksvertegenwoordigers stilaan moeilijker om informatie te krijgen over wat er zich bij de voorbereiding van besluiten en beleid afspeelt. Pottenkijkers zijn niet langer gewenst in de beleidskeuken.

Van belang is hier art. 68 Gw dat zegt:
De ministers en de staatssecretarissen geven de kamers elk afzonderlijk en in verenigde vergadering mondeling of schriftelijk de door een of meer leden verlangde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het belang van de staat.

Met andere woorden: de Grondwet vindt dat er geen enkele andere uitzondering voor het niet openbaar maken van informatie is dan wanneer het 'in strijd met het belang van de staat' is.

Over deze situatie maakte de Tweede Kamer in 2012 en 2016 afspraken met de regering. Voermans zegt hier in zijn NRC-artikel dit over:
De hoogst enkele keer dat dat gebeurt – en toelaatbaar is – is bijvoorbeeld om het geheim van de ministerraad of het geheim van communicatie met de Koning te beschermen, de nationale veiligheid, bedrijfsgeheimen, of persoonlijke beleidsopvattingen van (met name) bewindspersonen.

Voermans is hard in zijn oordeel over de Rutte-doctrine:

  • De Rutte-doctrine maakt het voor volksvertegenwoordigers steeds moeilijker om informatie te krijgen over wat er zich bij de voorbereiding van besluiten en beleid afspeelt.
  • Gevolg van de Rutte-doctrine is dat het parlement op grote achterstand wordt gezet. Nog ernstiger is dat er afbreuk gedaan wordt aan de democratie. Er is nauwelijks nog na te gaan hoe de besluitvorming tot stand is gekomen.
  • De Rutte-doctrine verzwakt het meedenkende én controlerende vermogen van de volksvertegenwoordiging.
  • Het vertrouwen en het kritisch vermogen van burgers worden aangetast, alsook de rechtsstaat.

Aan het eind van zijn artikel schrijft Wim Voermans:
Overheidsinformatie is de zuurstof voor het democratische leven, en ook eigendom van burgers. Zonder openheid kan een democratie niet zijn wat ze moet zijn, dat wil zeggen: bestuur van, voor en door de burgers.

 

Uitgelicht

Rechter als schuldige

In februari zette de rechter een streep door een inreisverbod voor drie conservatieve islamitische predikers dat de ministers Faber en Van Weel hadden uitgevaardigd. Minister Faber noemde de uitspraak van de rechter  'een zwarte dag’, Van Weel had het over 'een teleurstellende uitkomst'. De rechter werd in de socials zwaar onder vuur genomen.

Voorzitter Marc Flierstra van de Vereniging voor Rechtspraak hekelde in Trouw van 25 februari 2025 de reactie van beide ministers: ‘Door dit soort uitspraken denken mensen dat het door deze rechter komt dat de haatpredikers Nederland in mochten. De ministers zijn zo medeschuldig aan het creëren van een klimaat waarbij deze rechter als schuldige wordt gezien. Het probleem lag bij het besluit van de ministers. Die hebben hun huiswerk niet goed gedaan. Als je dat nalaat, moet je vervolgens niet verbaasd zijn als een rechter gewoon zijn werk doet en oordeelt: Zo kan het niet. (06.04.2025)

Bekijk oude afleveringen Uitgelicht

Nieuw verschenen

 Schimmelpeninck

Hans Verbeek

De vergeten minister-president

Hans Verbeek beschrijft het leven van Gerrit Schimmelpenninck (1794-1863), de eerste minister-president van Nederland. Deze was in 1848 de grote tegenstander van Thorbecke bij het tot stand komen van de nieuwe grondwet. Verbeek wil in zijn boek het beeld nuanceren van de progressieve liberaal Thorbecke tegenover een conservatieve graaf Schimmelpenninck die niets van grondwetswijzigingen wilde weten.
Aan de hand van een reconstructie van de gebeurtenissen in 1848 beschrijft Verbeek de opkomst en ondergang van deze markante man. Schimmelpenninck had een verleden als directeur van de Nederlandsche Handelmaatschappij en diplomaat in Londen en Sint-Petersburg. Ook speelde hij ook een belangrijke rol bij de troonsopvolging van Willem II. (20.04.2026)

ISBN 9789044660586, Prometheus Amsterdam, 2026

Lees meer over nieuwe boeken!

 

Knipoog

Het voorkomen van het kwaad

Bij de behandeling van de asielwetten in de Eerste Kamer in april 2026 kwam ook de functie van de Eerste Kamer weer eens uitgebreid aan de orde. Een discussie die al in 1848 ontstond toen de liberale coryfeeën Johan Rudolph Thorbecke en Dirk Donker Curtius het volkomen oneens bleken over de toekomst van de Eerste Kamer.

Bij zijn pogingen om de Nederlandse staatsinrichting te hervormen was Thorbecke in 1848 stellig van plan om de Eerste Kamer op te heffen. Hij noemde deze ‘zonder grond en doel’.
Dat dat niet lukte, moet op het conto van minister Donker Curtius worden geschreven. In zijn biografie De man van 1848 over Dirk Donker Curtius schrijft Mathijs van de Waardt over deze kwestie (pag. 246):

Donker zocht in de Eerste Kamer een instelling voor 'bedaarde overweging'. De Eerste Kamer was 'een waarborg tegen overijling, eene beperking van hartstogten in onrustige tijden, een bolwerk voor de troon' en daarnaast 'een krachtigen steun der wet'.
Dat de Kamer zelf niet veel bewerkstelligde, maar een waarborg was, was voor Donker evident. Hij benadrukte nog eens ‘dat in het algemeen het nut eener Eerste Kamer, hoe ook zamengesteld, meer gelegen is in het voorkomen van het kwaad dan in het stichten van het goede.
(20.04.2026)

Bekijk oude afleveringen Knipoog